Waarom is vetverlies belangrijker dan gewichtsverlies bij obesitas?

Gastauteur: Rob van Berkel, onderzoeksdiëtist en auteur over voeding en gezondheid.

 

Waarom is vetverlies belangrijker dan gewichtsverlies bij obesitas?

Veel mensen met obesitas leggen de nadruk op het verlagen van hun lichaamsgewicht wanneer ze willen afvallen. Maar het is eigenlijk vetmassa dat ze willen verliezen. Vetverlies levert namelijk grotere gezondheidsvoordelen op dan alleen gewichtsverlies, omdat het gericht is op het verminderen van de schadelijke effecten van overtollig lichaamsvet, vooral rond de buikorganen. Naast het monitoren van het lichaamsgewicht is het dus ook raadzaam om naar het vetverlies te kijken.

Wat betekent gewichtsverlies?

Wanneer iemand te zwaar is (of zichzelf te zwaar vindt) wordt dit meestal aangegeven met het lichaamsgewicht of de Body Mass Index (BMI). De BMI is het lichaamsgewicht gedeeld door de lengte in het kwadraat. Bij beide staat het lichaamsgewicht dus centraal. Voordeel daarvan is dat het eenvoudig te meten en te berekenen is (Wu et al., 2024). Cliënten hebben dan ook vaak een streefgewicht in gedachten of willen onder een bepaalde BMI komen. Dat kan op verschillende manieren bereikt worden, maar de cliënt wil niet zozeer gewichtsverlies, maar vetverlies. Een te streng energie beperkt dieet zonder voldoende eiwitten en lichaamsbeweging zal weliswaar tot gewichtsverlies leiden, maar waarschijnlijk niet tot het gewenste resultaat. Er zal namelijk ook spiermassa en mogelijk botmassa verloren gaan, plus het risico op gewichtstoename (jojo-effect) zal toenemen.

Een ander punt om rekening mee te houden is dat het lichaamsgewicht van dag-tot-dag wel 1 kg kan verschillen. Het is niet zo dat dit vet- of spiermassa is. Deze fluctuaties kunnen te maken hebben met natuurlijke fluctuaties van de vochtbalans, vochtretentie (zout en glycogeen houden vast vocht), maag- en darminhoud, sportactiviteiten en hormonale factoren.  

 

Wat betekent vetverlies?

De definitie van obesitas volgens de World Health Organization (WHO) is “Een abnormale of overmatige vetophoping die een risico vormt voor de gezondheid” (WHO, 2025). Hierin wordt het lichaamsgewicht losgelaten en de vetmassa centraal gesteld. En niet zonder reden. Zowel de gezondheids- als esthetische gevolgen van obesitas worden namelijk veroorzaakt door overmatige vetophoping. Een hogere spiermassa, wat ook gewicht is, heeft daar gunstige effecten op (Wang et al., 2023; Oliver et al., 2025).

Wanneer het over vetmassa gaat, is belangrijk waar die zich bevindt. Met name het vet in de buikholte heeft een grote impact op de gezondheid doordat het metabool actief is, verschillende schadelijke processen activeert en dicht bij de buikorganen ligt. Zo is viscerale obesitas geassocieerd met een verhoogd risico op insulineresistentie, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten (Dhokte et al., 2024; Lee ta;., 2024; Shen et a;l. 2024).

Waarom is visceraal vet ongezond?

Er zijn verschillende mechanismen bekend waarom viscerale vetophoping ongezond is (Minihane et al., 2015; Gkrinia et al., 2025):

  • Wanneer de vetcel ‘vol’ is geeft die vrije vetzuren af in de portale circulatie, waardoor de glucoseproductie in de lever toeneemt en de insulinegevoeligheid afneemt.

  • Wanneer de vetcel ‘vol’ is ontstaat er metabole en mechanische ‘vetcelstress’ wat leidt tot een lokaal zuurstoftekort (hypoxia) en infiltratie van macrofagen (type immuuncellen) die een reeks pro-inflammatoire cytokines produceren zoals TNF-α, IL-6 en MCP-1. Dit leidt tot een chronische laaggradige inflammatie, wat een rol speelt bij uiteenlopende gezondheidsproblemen.

  • Viscerale vetophoping veroorzaakt dyslipidemie. De vetzuren die vrijkomen stimuleren de lever om meer triglyceriden en VLDL aan te maken, terwijl HDL-cholesterol vaak daalt. Dit verergert het risico op cardiometabole aandoeningen. 

Veel studies laten zien dat verlies van visceraal vet gepaard gaat met een verbetering van cardiometabole risicofactoren (Ross et al., 2000; Gallagher et al., 2014; He et al., 2022; Abdullah et al., 2025), hoewel niet allemaal (Sanguankeo et al., 2017).

Hoe verlies je visceraal vet?

Wanneer er sprake is van vetverlies zal een deel daarvan uit visceraal vet bestaan. Maar wat is het meest effectief om visceraal vet kwijt te raken? Een energiebeperkte voeding of lichaamsbeweging? 

In een meta-analyse is gevonden dat lichaamsbeweging effectiever is in het verminderen van de viscerale vetmassa, en dat meer inspanning tot een grotere afname van visceraal vet leidt (Recchia et al., 2023). Energiebeperkte voeding werkte ook goed, maar het bewijs voor een duidelijke lineaire relatie tussen de grootte van het energietekort en de hoeveelheid visceraal vet dat verloren gaat is minder sterk. Dit is in lijn met wat een eerdere meta-analyse heeft laten zien (Verheggen et al., 2016). Zonder gewichtsverlies verminderde lichaamsbeweging de viscerale vetmassa met 6,1%, terwijl een energiebeperkte voeding nauwelijks tot een vermindering leidde.

Als beweegvorm is in grote lijn de keuze tussen cardio en krachttraining. Hoewel krachttraining voor veel dingen goed is, lijkt cardio effectiever te zijn als het gaat om verlies van visceraal vet (Ismail et al., 2012; Vissers et al., 2013).

 

Conclusie

Het is inmiddels duidelijk dat niet zozeer het totale lichaamsgewicht, maar vooral de hoeveelheid en locatie van de vetmassa bepalend zijn voor de gezondheid. Viscerale vetophoping, en dus niet per se onderhuids vet, vormt een verhoogd risico op het ontstaan van cardiometabole aandoeningen zoals insulineresistentie, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten. Gericht werken aan het verlies van (visceraal) vet, bijvoorbeeld via leefstijlinterventies,, is belangrijk voor het bevorderen van de algehele gezondheid.

Referenties

Abdullah SR, Nur Zati Iwani AK, Ahmad Zamri L, Wan Mohd Zin RM, Abu Seman N, Zainal Abidin NA, Hamzah SS, Azizul NH, Omar A, Seman Z, Yahya A, Md Noh MF. Visceral adiposity loss is associated with improvement in cardiometabolic markers: findings from a dietary intervention study. Front Endocrinol (Lausanne). 2025 Jun 4;16:1576599.

Dhokte S, Czaja K. Visceral Adipose Tissue: The Hidden Culprit for Type 2 Diabetes. Nutrients. 2024;16(7):1015. Published 2024 Mar 30.

Gallagher D, Heshka S, Kelley DE, Thornton J, Boxt L, Pi-Sunyer FX, Patricio J, Mancino J, Clark JM; MRI Ancillary Study Group of Look AHEAD Research Group. Changes in adipose tissue depots and metabolic markers following a 1-year diet and exercise intervention in overweight and obese patients with type 2 diabetes. Diabetes Care. 2014 Dec;37(12):3325-32.

Gkrinia EMM, Belančić A. The Mechanisms of Chronic Inflammation in Obesity and Potential Therapeutic Strategies: A Narrative Review. Curr Issues Mol Biol. 2025;47(5):357. Published 2025 May 13.

He M, Wang J, Liang Q, Li M, Guo H, Wang Y, Deji C, Sui J, Wang YW, Liu Y, Zheng Y, Qian B, Chen H, Ma M, Su S, Geng H, Zhou WX, Guo X, Zhu WZ, Zhang M, Chen Z, Rensen PCN, Hui CC, Wang Y, Shi B. Time-restricted eating with or without low-carbohydrate diet reduces visceral fat and improves metabolic syndrome: A randomized trial. Cell Rep Med. 2022 Oct 18;3(10):100777.

Ismail I, Keating SE, Baker MK, Johnson NA. A systematic review and meta-analysis of the effect of aerobic vs. resistance exercise training on visceral fat. Obes Rev. 2012;13(1):68-91.

Lee MJ, Kim J. The pathophysiology of visceral adipose tissues in cardiometabolic diseases. Biochem Pharmacol. 2024;222:116116.

Minihane AM, Vinoy S, Russell WR, Baka A, Roche HM, Tuohy KM, Teeling JL, Blaak EE, Fenech M, Vauzour D, McArdle HJ, Kremer BH, Sterkman L, Vafeiadou K, Benedetti MM, Williams CM, Calder PC. Low-grade inflammation, diet composition and health: current research evidence and its translation. Br J Nutr. 2015 Oct 14;114(7):999-1012.

Oliver CJ, Climstein M, Rosic N, Bosy-Westphal A, Tinsley G, Myers S. Fat-Free Mass: Friend or Foe to Metabolic Health? J Cachexia Sarcopenia Muscle. 2025 Feb;16(1):e13714.

Recchia F, Leung CK, Yu AP, Leung W, Yu DJ, Fong DY, Montero D, Lee CH, Wong SHS, Siu PM. Dose-response effects of exercise and caloric restriction on visceral adiposity in overweight and obese adults: a systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials. Br J Sports Med. 2023 Aug;57(16):1035-1041.

Ross R, Dagnone D, Jones PJ, et al. Reduction in obesity and related comorbid conditions after diet-induced weight loss or exercise-induced weight loss in men. A randomized, controlled trial. Ann Intern Med. 2000;133(2):92-103.

Sanguankeo A, Lazo M, Upala S, et al. Effects of visceral adipose tissue reduction on CVD risk factors independent of weight loss: The Look AHEAD study. Endocr Res. 2017;42(2):86-95.

Shen F, Guo C, Zhang D, Liu Y, Zhang P. Visceral adiposity index as a predictor of type 2 diabetes mellitus risk: A systematic review and dose-response meta-analysis. Nutr Metab Cardiovasc Dis. 2024;34(4):811-822.

Verheggen RJ, Maessen MF, Green DJ, Hermus AR, Hopman MT, Thijssen DH. A systematic review and meta-analysis on the effects of exercise training versus hypocaloric diet: distinct effects on body weight and visceral adipose tissue. Obes Rev. 2016;17(8):664-690.

Vissers D, Hens W, Taeymans J, Baeyens JP, Poortmans J, Van Gaal L. The effect of exercise on visceral adipose tissue in overweight adults: a systematic review and meta-analysis. PLoS One. 2013;8(2):e56415.

Wang Y, Luo D, Liu J, Song Y, Jiang B, Jiang H. Low skeletal muscle mass index and all-cause mortality risk in adults: A systematic review and meta-analysis of prospective cohort studies. PLoS One. 2023;18(6):e0286745. Published 2023 Jun 7.

https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/obesity-and-overweight Gedownload 2-10-2025

Wu Y, Li D, Vermund SH. Advantages and Limitations of the Body Mass Index (BMI) to Assess Adult Obesity. Int J Environ Res Public Health. 2024;21(6):757. Published 2024 Jun 10.


Wilt u meer weten over de professionele BIA-apparaten? Bezoek dan de pagina over professionele apparaten.