Aandacht voor spiermassaverlies bij ondervoeding

Gastauteur: Rob van Berkel, onderzoeksdiëtist en schrijver over voeding en gezondheid.

Aandacht voor spiermassaverlies bij ondervoeding

Ondervoeding is een onderschat probleem. Het komt veel voor en heeft nadelige gevolgen voor de gezondheid. Voor een belangrijk deel ontstaan die gevolgen door verlies van spiermassa. Het is daarom zinvol om bij (een vermoeden op) ondervoeding de spiermassa te meten. Dit kan helpen bij de diagnose van ondervoeding en bij het monitoren van de effectiviteit van een behandeling. 

Wat is ondervoeding?

Er zijn verschillende definities van ondervoeding in omloop. Internationaal wordt overigens niet van ondervoeding (undernutrition) gesproken, maar van malnutrition. De ‘World Health Organization’ (WHO) hanteert een brede en meer algemene definitie. Het ‘European Society of Clinical Nutrition and Metabolism’ ESPEN hanteert een meer klinische definitie. In Nederland wordt de definitie van ESPEN gehanteerd (Kruizinga et al., 2019).

 

WHO-richtlijnen

De WHO hanteert een brede en algemene definitie die gebruikt wordt voor de algemene volksgezondheid. Volgens de WHO verwijst malnutrition naar tekorten, overschotten of een onbalans in de inname van energie en/of voedingsstoffen. Overgewicht en obesitas vallen daar ook onder omdat daar sprake is van een energie-overschot. Daarnaast kunnen overgewicht en obesitas eronder vallen omdat de inname van essentiële voedingsstoffen vaak tekort schiet. Het is zelfs zo dat dit vaker voorkomt bij mensen met obesitas dan bij mensen met een gezond gewicht (Kobylińska et al., 2022). Dit zal waarschijnlijk komen door te kiezen voor voedingsmiddelen met een hoge energiedichtheid, maar een lage voedingsstoffendichtheid.

ESPEN-richtlijnen

De definitie van malnutrition volgens ESPEN legt de focus meer op de klinische setting (patiënten) en op de lichaamssamenstelling. Het is een toestand die ontstaat door een onvoldoende inname of opname van voeding, wat leidt tot veranderingen in lichaamssamenstelling (afname vetvrije massa) en lichaamscelmassa (Cederholm et al., 2015). De diagnose is gebaseerd op de aanwezigheid van ten minste één van de onderstaande criteria:

  • Onbedoeld gewichtsverlies 

    • > 5% in de afgelopen 6 maanden of > 10% in de afgelopen periode > 6 maanden

  • Lage BMI

    • < 20 kg/m2 bij < 70 jaar 

    • < 22 kg/m2 bij  ≥ 70 jaar 

Aziatisch:

  • < 18,5 kg/m2 bij < 70 jaar 

  • < 20 kg/m2 bij ≥ 70 jaar

 

  • Verminderde spiermassa 

    • Verminderd op basis van een meting met een gevalideerde methode. Gevalideerde methoden om de lichaamssamenstelling te meten zijn DEXA, BIA, echografie, CT- en MRI-scan (Cederholm et al., 2019; Jensen et al., 2019). BIA is minder geschikt bij een verstoorde hydratatiestatus en bij extreme obesitas (Mareschal et al., 2019).

    • Alternatieve metingen zijn lichamelijk onderzoek of antropometrie (armomtrek, kuitomtrek).

    • Als ondersteunende meting kan de spierkracht worden gebruikt.

En:

  • De aanwezigheid van ten minste één oorzakelijk criterium:

    • Verminderde voedingsinname of voedingsopname. 

    • Ontstekingen door trauma, acute of chronische ziekte.

Oorzaken van ondervoeding
Ondervoeding kan verschillende oorzaken hebben waaronder een verminderde inname (slikproblemen, verminderde eetlust, dementie), een verhoogde behoefte (kanker, infectie, COPD), malabsorptie (coeliakie, inflammatoire darmziekten) en fysiologische veroudering. Met name in ziekenhuizen komt ondervoeding vaak (tot 65%) voor (Cass et al., 2022).

De gevolgen van spiermassaverlies bij ondervoeding

Spiermassaverlies bij ondervoeding ontstaat met name wanneer onvoldoende energie en eiwitten worden binnengekregen of opgenomen. Bij een onvoldoende inname van energie worden spiereiwitten afgebroken die vervolgens als energiebron worden gebruikt en niet als bouwstof voor spieren. Bij een onvoldoende inname van eiwitten is dan een tekort aan bouwstoffen om de spiermassa te onderhouden. Verlies van spiermassa heeft verschillende nadelige gevolgen, met name wanneer er sprake is van ziekten en het lichaam al verzwakt is:

Fysiek

  • Verminderde kracht en mobiliteit (moeite met lopen, opstaan en tillen)

  • Verhoogt risico op vallen (hogere kans op botbreuken)

  • Vertraagt herstel na ziekte, operatie of infectie

  • Verhoogt risico op vroegtijdige sterfte bij ernstig ondervoede mensen

Metabool

  • Verminderde spierkracht voor de ademhaling (hogere kans op longcomplicaties)

  • Lagere basaalstofwisseling

  • Slechtere glucose- en eiwitmetabolisme

Immuunsysteem

  • Verminderd immuunsysteem (minder aminozuren beschikbaar voor antistoffen en enzyme)

  • Minder zelfstandigheid (meer afhankelijk van mantelzorg of hulpmiddelen)

Functioneel en maatschappelijk

  • Verminderde kwaliteit van leven

  • Langere ziekenhuisopnames en hogere kans op opname in verzorgingshuizen.

Hoe kun je spiermassaverlies door ondervoeding verminderen?

De mogelijkheid om verlies van spiermassa door ondervoeding te verminderen is afhankelijk van de oorzaak. 

Voeding

Bij een onvoldoende inname van energie en/of eiwitten is het vaak een kwestie om de inname ervan te verhogen. Er zijn speciale formules waarmee berekend kan worden hoeveel energie en eiwit iemand in een bepaalde situatie ongeveer nodig heeft. De uitkomst daarvan kan als startpunt dienen. Bij een slechte eetlust kan dat lastig zijn, maar het leidt over het algemeen wel tot verbeteringen. 

Lichaamsbeweging

Gepaste lichaamsbeweging kan ongunstige gezondheidseffecten van ondervoeding verminderen (Kruizinga et al., 2019). Zowel krachttraining als duurtraining zijn zinvol en bij voorkeur beide (Villareal et al., 2017). Krachttraining bevordert de spiereiwitsynthese en vermindert de spierafbraak (Tipton et al., 2009; Pennings et al., 2011). Daarnaast verhoogt krachttraining de gevoeligheid van spieren voor eiwitten, waardoor de combinatie van krachttraining en een voldoende eiwitinname de spiereiwitsynthese verder versterkt (Witard et al., 2009; Pennings et al., 2011; Tieland et al., 2012; Wall et al., 2013). 

Bij ziekten

Bij ziekten (kanker, COPD, hartfalen) is het complexer omdat er dan allerlei metabole ontregeling en ontstekingen aanwezig zijn waardoor het lichaam niet goed reageert op anabole prikkels zoals energie en eiwitten (cachexie). Voldoende energie en eiwitten zijn nog steeds belangrijk maar zullen vaak onvoldoende effectief zijn om het gewichtsverlies en verlies van spiermassa om te keren (Fearon er al., 2011; Cederholm et al., 2019). Uiteindelijk zal de katabole toestand van het zieke lichaam moeten worden verholpen. Dat betekent dat de onderliggende ziekte, indien mogelijk, behandeld zal moeten worden.

Diëtist raadplegen en meten van de spiermassa zijn zinvol

Het is zinvol om bij de behandeling van ondervoeding een diëtist te raadplegen en om regelmatig de lichaamssamenstelling (spiermassa) te meten. Een MRI, CT of DEXA-scan zijn het meest nauwkeurig, maar kosten veel geld en tijd. In de praktijk is BIA een goed alternatief. Daarmee krijg je inzicht of er sprake is van ondervoeding en of behandelingen aanslaan.

Conclusie 

Zowel in de algemene bevolking als in de klinische setting komt ondervoeding voor. Dat gaat niet alleen over lichaamsgewicht, maar voor een belangrijk deel ook over de spiermassa. Een lage spiermassa heeft namelijk ongewenste gevolgen voor de gezondheid. Inzicht krijgen in de spiermassa kan daarom zinvol zijn bij (een vermoeden op) ondervoeding.

Referenties

Cass AR, Charlton KE. Prevalence of hospital-acquired malnutrition and modifiable determinants of nutritional deterioration during inpatient admissions: A systematic review of the evidence. J Hum Nutr Diet. 2022 Dec;35(6):1043-1058.

Cederholm T, Bosaeus I, Barazzoni R, et al. Diagnostic criteria for malnutrition - An ESPEN Consensus Statement. Clin Nutr. 2015;34(3):335-340.

Cederholm T, Jensen GL, Correia MITD, et al. GLIM criteria for the diagnosis of malnutrition - A consensus report from the global clinical nutrition community. Clin Nutr. 2019;38(1):1-9.

Fearon K, Strasser F, Anker SD, et al. Definition and classification of cancer cachexia: an international consensus. Lancet Oncol. 2011;12(5):489-495.

Jensen GL, Cederholm T, Correia MITD, et al. GLIM Criteria for the Diagnosis of Malnutrition: A Consensus Report From the Global Clinical Nutrition Community. JPEN J Parenter Enteral Nutr. 2019;43(1):32-40.

Kobylińska M, Antosik K, Decyk A, Kurowska K. Malnutrition in Obesity: Is It Possible?. Obes Facts. 2022;15(1):19-25.

Kruizenga H, Beijer S, Huisman-de Waal G, Jonkers-Schuitema C, Klos, M., Remijnse-Meester W, Thijs A, 

Mareschal J, Achamrah N, Norman K, Genton L. Clinical Value of Muscle Mass Assessment in Clinical Conditions Associated with Malnutrition. J Clin Med. 2019 Jul 17;8(7):1040.

Pennings B, Koopman R, Beelen M, Senden JMG, Saris WHM, van Loon LJC. Exercising before protein intake allows for greater use of dietary protein-derived amino acids for de novo muscle protein synthesis in both young and elderly men. Am J Clin Nutr. 2011 Feb 1;93(2):322–31. 84.  

Tieland M, Dirks ML, van der Zwaluw N, Verdijk LB, van de Rest O, de Groot LCPGM, et al. Protein supplementation increases muscle mass gain during prolonged resistance-type exercise training in frail elderly people: a randomized, double-blind, placebo-controlled trial. J Am Med Dir Assoc. 2012 Oct;13(8):713–9.

Tieland M, Vasse E, Witteman B. Richtlijn Ondervoeding: Herkenning, diagnostiek en behandeling van ondervoeding bij volwassenen (met addendum september 2021). Kenniscentrum Ondervoeding, 2019.

Villareal DT, Aguirre L, Gurney AB, Waters DL, Sinacore DR, Colombo E, et al. Aerobic or Resistance Exercise, or Both, in Dieting Obese Older Adults. N Engl J Med. 2017 May 18;376(20):1943–55.

Wall BT, Snijders T, Senden JMG, Ottenbros CLP, Gijsen AP, Verdijk LB, et al. Disuse impairs the muscle protein synthetic response to protein ingestion in healthy men. J Clin Endocrinol Metab. 2013 Dec;98(12):4872–81. 87.  

Witard O, Tieland M, Beelen, M, Tipton K, van Loon, LJC, Koopman R. Resistance Exercise Increases Postprandial Muscle Protein Synthesis in Humans. Med Sci Sport Exerc. 2009 Jan;41(1):144–54.


 

Wilt u meer weten over de professionele BIA-apparaten? Bezoek dan de pagina over professionele apparaten.