Het belang van de spiermassa bij obesitas

Gastauteur: Rob van Berkel, onderzoeksdiëtist en schrijver over voeding en gezondheid.

Het belang van de spiermassa bij obesitas

Bij obesitas wordt meestal aan een hoge BMI gedacht. Oftewel een hoog lichaamsgewicht ten opzichte van de lichaamslengte. De spiermassa blijft hierbij echter onbelicht, terwijl voldoende spiermassa bij obesitas belangrijk is voor de gezondheid. En niet zelden zien we (of zien we eigenlijk niet) dat die bij obesitas aan de lage kant is.

Wat is obesitas?

De ‘World Health Organization’ (WHO) definieert obesitas als “Een abnormale of buitensporige vetophoping die een risico voor de gezondheid vormt”. Om obesitas vast te stellen wordt al vanaf de jaren ‘80 van de vorige eeuw de ‘Body Mass Index’ (BMI) gebruikt. De BMI bereken je door het lichaamsgewicht (in kg) te delen door de lichaamslengte (in meter) in het kwadraat. Een uitkomst tussen de 18,5 en 25 is goed. Ligt die tussen de 25 en 30 dan spreken we van overgewicht en daarboven van obesitas. Om de ernst van obesitas aan te geven zijn daarbinnen drie klassen te onderscheiden.

 

  • Klasse I: 30-35,
  • Klasse II: 35-40
  • Klasse III:  >40 kg/m2.

In 2022 waren wereldwijd meer dan 2,5 miljard volwassenen te zwaar (BMI >25,0 kg/m2), waarvan 890 miljoen met obesitas (WHO, 2025). Met name obesitas gaat gepaard met talrijke negatieve gevolgen waaronder:

Lichamelijke gevolgen

  • Hart- en vaatziekten

  • Diabetes type 2 

  • Verschillende soorten kanker

  • Slaapapneu 

  • Gewrichtsklachten

  • Leververvetting 

  • Vruchtbaarheidsproblemen

Psychische en sociale gevolgen

  • Depressie en angst

  • Stigma en discriminatie

  • Verminderde kwaliteit van leven

Economische gevolgen

  • Hoge zorgkosten

  • Lagere productiviteit

BMI zegt weinig over gezondheid

Hoewel de BMI op groepsniveau iets over de gezondheid kan zeggen, zegt die op individueel niveau er weinig over (Barber et al., 2025). Dat komt omdat er naar lichaamsgewicht gekeken wordt en niet naar de lichaamssamenstelling, terwijl dat juist van invloed is op de gezondheid. Zo zegt de BMI niets over de hoeveelheid vet- en spiermassa. Een persoon met een lengte van 1.70 meter en een lichaamsgewicht van 100 kg heeft een BMI van 34,6 kg/m2. Die persoon kan een vetmassa hebben van 40 kg (40%) en een spiermassa van 20 kg, maar ook een vetmassa van 10 kg (10%) en een spiermassa van 50 kg. Daarnaast weten we dat met name het (viscerale) vet in de buikholte  en niet het vet op de heupen schadelijk is voor de gezondheid (Neeland et al., 2017). De BMI zegt daar, zeker op individueel niveau, niets over. Dat is al langer bekend waardoor tegenwoordig wordt aanbevolen om naast de BMI ook de buikomtrek te meten, wat een maat is voor de hoeveelheid vet in de buikholte (Ross et al., 2020; Khawaja et al., 2024).

Het belang van voldoende spiermassa

Het vet in de buikholte verhoogt het risico op klinische obesitas, maar het hebben van voldoende spieren verlaagt dit risico. Dat komt omdat spieren er niet alleen voor zorgen dat je kunt blijven staan, bewegen en ademhalen, ze zijn ook van invloed op de basaalstofwisseling, de warmteproductie, het afscheiden van boodschapperstofjes (myokines) en ze zijn verantwoordelijk voor een goede stofwisseling van glucose, aminozuren en vetzuren (Barber et al., 2025). Zo laat onderzoek zien dat de spieren verantwoordelijk zijn voor de opname van meer dan 80% van de glucose na een glucosebelasting (Merz et al., 2020).

De relatie tussen obesitas en de spiermassa

Lang is er weinig aandacht besteed aan de spiermassa bij obesitas. Dat komt omdat het in tegenstelling tot de BMI niet zo eenvoudig te meten is en iedereen de BMI gebruikt. Dat is langzaam aan het veranderen sinds een aantal studies laat zien dat sommige obesitasmedicatie tot overmatig verlies van vetvrije massa leidt (waaronder spiermassa) (Neeland et al., 2024).

Gemiddeld genomen hebben mensen met obesitas een grotere spiermassa dan mensen zonder obesitas (Cava et al., 2017). Dat is te verklaren door het zwaardere lichaamsgewicht dat ze iedere dag moeten meedragen. Toch komt een lage spiermassa ook voor bij mensen met obesitas voor (Barrazoni et al., 2020). Boven (obesitas) of onder (spiermassa en spierkracht) bepaalde afkapwaarden voor obesitas, spiermassa en spierkracht wordt er gesproken van sarcopene obesitas (Donini et al., 2022). Bij oudere volwassenen wordt een prevalentie van 11% gevonden (Gao et al., 2021) en bij mensen met diabetes zelfs 27% (Zhou et al., 2023). Daarnaast is de spierkwaliteit vaak lager door de infiltratie van vetzuren (Cava et al., 2017).

Natuurlijke veroudering kan daaraan bijdragen, maar ook obesitas zelf en aan obesitas gerelateerde gezondheidsproblemen zoals insulineresistentie en laaggradige ontstekingen. Zo kunnen bij obesitas vetzuren en ontstekingsbevorderende cytokinen uit de vetcellen ontsnappen en de spiercellen infiltreren (Axelrod et al., 2023). De spiercel trekt daardoor immuuncellen aan, wat tot verlies van spiermassa en -functie en laaggradige ontstekingen kan leiden. Die laaggradige ontstekingen kunnen vervolgens via het bloed ook andere organen bereiken en in functie achteruit doen laten gaan. Het hebben van obesitas en een lage spiermassa is dus een dubbele last (Barrazoni et al., 2020).

Inzicht krijgen in de spiermassa bij obesitas

In onderzoek wordt vaak de vetmassa en vetvrije massa gemeten. De vetvrije massa bestaat uit spiermassa, botten, organen en lichaamswater (intra- en extracellulair). Grofweg 45-50% van de vetvrije massa bestaat uit spiermassa (Oliver et al., 2025).

De gouden standaarden om bij obesitas de vetvrije massa/spiermassa te meten zijn DEXA en MRI. Deze methoden zijn echter kostbaar, tijdrovend en niet altijd beschikbaar. Het gebruik van BIA (Bio-elektrische Impedantie Analyse) is dan mogelijk. In een gezamenlijk standpunt van ESPEN (European Society for Clinical Nutrition and Metabolism) en EASO (European Association for the Study of Obesity) wordt DEXA als eerste keus genoemd om inzicht te krijgen in de spiermassa voor de diagnose sarcopene obesitas (Donini et al., 2022). BIA wordt er als beste alternatief genoemd wanneer er gecorrigeerd wordt voor het lichaamsgewicht. 

BIA is geschikt om bij overgewicht en obesitas de vetvrije massa/spiermassa op groepsniveau te schatten (Becroft et al., 2019). Hoewel er geen beter alternatief is voor BIA moet er wel rekening mee worden gehouden dat het op individueel niveau met name bij obesitas minder nauwkeurig is. De meeste studies laten zien dat BIA de vetvrije massa overschat vergeleken met DEXA, met een asymetrische foutmarge (95% limits of agreement) van zo’n 5-10% (Ballesteros-Pomar et al., 2012; Faria et al., 2014; Achamrah et al., 2018; Day et al., 2018; Becroft et al., 2019; Jensen et al., 2019; Sizoo et al., 2021; Coëffier et al., 2022; Feng et al., 2024). Multifrequentie en segmentale BIA en BIA-apparatuur met gebruik van speciale (proprietary) algoritmes voor obesitas hebben de voorkeur, maar blijven op individueel niveau  de vetvrije massa en daarmee de spiermassa overschatten (Horie et al., 2008; Kanellakis et al., 2010; Becroft et al., 2019; Ballesteros-Pomar et al., 2022; Masset et al., 2025). 

Hoe kun je spiermassa bij gewichtsverlies behouden?

Gewichtsverlies ontstaat wanneer je minder binnenkrijgt dan dat je verbruikt. Gemiddeld bestaat 75% van het verloren lichaamsgewicht uit vetmassa en 25% uit vetvrije massa. Bij gebruik van obesitasmedicatie kan het verlies van vetvrije massa echter het dubbele zijn. De belangrijkste strategieën om het verlies van spiermassa te beperken zijn (Caba et al., 2017; Mechanick et al., 2025):

  • Eet voldoende eiwitten (1,0-1,5 gram/kg/dag)

  • Doe aan lichaamsbeweging en dan bij voorkeur krachttraining

Conclusie

De spiermassa speelt een essentiële rol bij een goede stofwisseling en de algemene gezondheid. Ondanks dat mensen met obesitas doorgaans meer spiermassa hebben, komt een lage spiermassa en verminderde spierkwaliteit bij hen geregeld voor, wat gezondheidsrisico’s kan verhogen. Het monitoren van de spiermassa is daarom belangrijk, maar het nauwkeurig vaststellen ervan op individueel niveau is een uitdaging.

Referenties

  1. Achamrah N, Colange G, Delay J, Rimbert A, Folope V, Petit A, Grigioni S, Déchelotte P, Coëffier M. Comparison of body composition assessment by DXA and BIA according to the body mass index: A retrospective study on 3655 measures. PLoS One. 2018 Jul 12;13(7):e0200465.

  2. Axelrod CL, Dantas WS, Kirwan JP. Sarcopenic obesity: emerging mechanisms and therapeutic potential. Metabolism. 2023;146:155639.

  3. Ballesteros-Pomar MD, Calleja-Fernández A, Diez-Rodríguez R, Vidal-Casariego A, Blanco-Suárez MD, Cano-Rodríguez I. Comparison of different body composition measurements in severely obese patients in the clinical setting. Nutr Hosp. 2012;27(5):1626-1630.

  4. Ballesteros-Pomar MD, González-Arnáiz E, Pintor-de-la Maza B, et al. Bioelectrical impedance analysis as an alternative to dual-energy x-ray absorptiometry in the assessment of fat mass and appendicular lean mass in patients with obesity. Nutrition. 2022;93:111442.

  5. Barber TM, Kabisch S, Pfeiffer AFH, Weickert MO. Optimised Skeletal Muscle Mass as a Key Strategy for Obesity Management. Metabolites. 2025 Feb 1;15(2):85.

  6. Barazzoni R, Gortan Cappellari G. Double burden of malnutrition in persons with obesity. Rev Endocr Metab Disord. 2020;21(3):307-313.

  7. Becroft L, Ooi G, Forsyth A, King S, Tierney A. Validity of multi-frequency bioelectric impedance methods to measure body composition in obese patients: a systematic review. Int J Obes (Lond). 2019 Aug;43(8):1497-1507.  

  8. Cava E, Yeat NC, Mittendorfer B. Preserving Healthy Muscle during Weight Loss. Adv Nutr. 2017 May 15;8(3):511-519.

  9. Coëffier M, El Machkouri M, L'Huillier C, et al. Accuracy of bioimpedance equations for measuring body composition in a cohort of 2134 patients with obesity. Clin Nutr. 2022;41(9):2013-2024.

  10. Das SK, Roberts SB, Kehayias JJ, et al. Body composition assessment in extreme obesity and after massive weight loss induced by gastric bypass surgery. Am J Physiol Endocrinol Metab. 2003;284(6):E1080-E1088.

  11. Day K, Kwok A, Evans A, Mata F, Verdejo-Garcia A, Hart K, Ward LC, Truby H. Comparison of a Bioelectrical Impedance Device against the Reference Method Dual Energy X-Ray Absorptiometry and Anthropometry for the Evaluation of Body Composition in Adults. Nutrients. 2018 Oct 10;10(10):1469.

  12. Donini LM, Busetto L, Bischoff SC, et al. Definition and diagnostic criteria for sarcopenic obesity: ESPEN and EASO consensus statement. Clin Nutr. 2022;41(4):990-1000.

  13. Faria SL, Faria OP, Cardeal MD, Ito MK. Validation study of multi-frequency bioelectrical impedance with dual-energy X-ray absorptiometry among obese patients. Obes Surg. 2014;24(9):1476-1480.

  14. Feng Q, Bešević J, Conroy M, Omiyale W, Lacey B, Allen N. Comparison of body composition measures assessed by bioelectrical impedance analysis versus dual-energy X-ray absorptiometry in the United Kingdom Biobank. Clin Nutr ESPEN. 2024;63:214-225.

  15. Gao Q, Mei F, Shang Y, et al. Global prevalence of sarcopenic obesity in older adults: A systematic review and meta-analysis. Clin Nutr. 2021;40(7):4633-4641.

  16. Horie LM, Barbosa-Silva MC, Torrinhas RS, de Mello MT, Cecconello I, Waitzberg DL. New body fat prediction equations for severely obese patients. Clin Nutr. 2008;27(3):350-356.

  17. Jensen B, Braun W, Geisler C, Both M, Klückmann K, Müller MJ, Bosy-Westphal A. Limitations of Fat-Free Mass for the Assessment of Muscle Mass in Obesity. Obes Facts. 2019;12(3):307-315.

  18. Kanellakis S, Kourlaba G, Moschonis G, Vandorou A, Manios Y. Development and validation of two equations estimating body composition for overweight and obese postmenopausal women. Maturitas. 2010;65(1):64-68.

  19. Khawaja T, Nied M, Wilgor A, Neeland IJ. Impact of Visceral and Hepatic Fat on Cardiometabolic Health. Curr Cardiol Rep. 2024;26(11):1297-1307.

  20. Masset KVDSB, Silva AM, Ferrari G, Cabral BGAT, Dantas PMS, Da Costa RF. Development and cross-validation of predictive equations for fat-free mass estimation by bioelectrical impedance analysis in Brazilian subjects with overweight and obesity. Front Nutr. 2025;12:1499752. Published 2025 Jan 20.

  21. Mechanick JI, Butsch WS, Christensen SM, Hamdy O, Li Z, Prado CM, Heymsfield SB. Strategies for minimizing muscle loss during use of incretin-mimetic drugs for treatment of obesity. Obes Rev. 2025 Jan;26(1):e13841.

  22. Merz KE, Thurmond DC. Role of Skeletal Muscle in Insulin Resistance and Glucose Uptake. Compr Physiol. 2020;10(3):785-809. Published 2020 Jul 8.

  23. Neeland IJ, Ross R, Després JP, et al. Visceral and ectopic fat, atherosclerosis, and cardiometabolic disease: a position statement. Lancet Diabetes Endocrinol. 2019;7(9):715-725.

  24. Neeland IJ, Linge J, Birkenfeld AL. Changes in lean body mass with glucagon-like peptide-1-based therapies and mitigation strategies. Diabetes Obes Metab. 2024;26 Suppl 4:16-27.

  25. Oliver CJ, Climstein M, Rosic N, Bosy-Westphal A, Tinsley G, Myers S. Fat-Free Mass: Friend or Foe to Metabolic Health?. J Cachexia Sarcopenia Muscle. 2025;16(1):e13714.

  26. Ritz P, Sallé A, Audran M, Rohmer V. Comparison of different methods to assess body composition of weight loss in obese and diabetic patients. Diabetes Res Clin Pract. 2007;77(3):405-411.

  27. Ross R, Neeland IJ, Yamashita S, et al. Waist circumference as a vital sign in clinical practice: a Consensus Statement from the IAS and ICCR Working Group on Visceral Obesity. Nat Rev Endocrinol. 2020;16(3):177-189.

  28. Rubino F, Cummings DE, Eckel RH, et al. Definition and diagnostic criteria of clinical obesity. Lancet Diabetes Endocrinol. 2025;13(3):221-262.

  29. Sizoo D, de Heide LJM, Emous M, van Zutphen T, Navis G, van Beek AP. Measuring Muscle Mass and Strength in Obesity: a Review of Various Methods. Obes Surg. 2021;31(1):384-393.

  30. Waki M, Kral JG, Mazariegos M, Wang J, Pierson RN Jr, Heymsfield SB. Relative expansion of extracellular fluid in obese vs. nonobese women. Am J Physiol. 1991;261(2 Pt 1):E199-E203.

  31. Wang Z, Deurenberg P, Wang W, Pietrobelli A, Baumgartner RN, Heymsfield SB. Hydration of fat-free body mass: new physiological modeling approach. Am J Physiol. 1999;276(6):E995-E1003.

  32. https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/obesity-and-overweight Geraadpleegd: 14-09-2025

  33. Zhou YY, Wang JF, Yao Q, Jian QF, Luo ZP. Prevalence of sarcopenic obesity in patients with diabetes and adverse outcomes: A systematic review and meta-analysis. Clin Nutr ESPEN. 2023;58:128-135.


 

Wilt u meer weten over de professionele BIA-apparaten? Bezoek dan de pagina over professionele apparaten.