Inzichten in resultaten op lange termijn: De voordelen van regelmatige BIA-metingen
Gastauteur: Rob van Berkel, onderzoeksdiëtist en schrijver over voeding en gezondheid.
Inzichten in resultaten op lange termijn: De voordelen van regelmatige BIA-metingen
Met een weegschaal kun je eenvoudig het gewicht van een cliënt te weten komen. Maar dat zegt niet veel. Met BIA-metingen (afhankelijk van model) kun je ook je vetpercentage, vicerale vetmassa, spiermassa, lichaamswater en fasehoek te weten komen. Door die informatie regelmatig bij te houden, kan gerichter gewerkt worden aan iemands gezondheids- en fitnessdoelen.
Gewicht alleen zegt niet veel
Met alleen een eenvoudige weegschaal kun je het gewicht van een cliënt wegen. Daar kun je vervolgens eenvoudig de ‘Body Mass Index’ (BMI) mee uitrekenen. Dat is de meest gebruikte maat om obesitas mee uit te drukken (Heymsfield et al., 2025). De BMI bereken je door het lichaamsgewicht te delen door de lichaamslengte in het kwadraat. Een BMI van 18,5-25,0 kg/m2 is normaal, bij een BMI van 25,0-30,0 kg/m2 is er sprake van overgewicht en daarboven spreken we van obesitas.
Een beperking aan de BMI is dat die niet iets zegt over de hoeveelheid spier- en vetmassa en waar de vetmassa zich bevindt, terwijl dat juist iets zegt over de gezondheidsrisico’s (Sweatt et al., 2024). Een cliënt met een lengte van 1.70 meter, een gewicht 90 kg en een vetpercentage van 10% heeft bijvoorbeeld dezelfde BMI als een cliënt met dezelfde lengte en hetzelfde gewicht, maar met een vetpercentage van 30%. Het verschil is echter 18 kg lichaamsvet. En dan maakt het ook nog uit of die vetmassa zich op de heupen en dijen bevindt (relatief onschuldig), of in de buikregio (viscerale vet). Het is immers het viscerale vet dat geassocieerd wordt met verhoogde risico’s op bijvoorbeeld hart- en vaatziekte en, diabetes type 2 (Shen et al., 2024; Wang et al., 2025).
Met BIA-metingen krijg je in meer detail inzicht in de lichaamssamenstellingen van de cliënt. Denk bijvoorbeeld aan het vetpercentage, de viscerale vetmassa, de spiermassa, het (intra- en extracellulaire) lichaamswater, de fasehoek, het rustmetabolisme en de botmassa. Daardoor kun je ook iets kunt zeggen over de gezondheidsrisico’s van de cliënt. En wanneer je dat regelmatig doet kunnen gezondheidsrisico’s vroegtijdig gesignaleerd worden (Ceniccola et al., 2019).


Doelgerichter bezig zijn
Door regelmatig gebruik te maken van BIA-metingen kan doelgerichter aan de doelen van een cliënt gewerkt worden. Je weet immers niet alleen wat het aanvangsgewicht is en hoe dat zich ontwikkelt, maar ook hoe de lichaamssamenstelling zich in meer detail en eventueel de spierkwaliteit zich ontwikkelen.
Wanneer een cliënt te zwaar is en gewicht wil verliezen, wil die eigenlijk (viscerale) vetmassa verliezen en geen spiermassa. Wanneer de cliënt dat doet door zijn/haar voeding aan te passen en aan krachttraining te doen, kunnen het gewicht en de BMI gelijk blijven. Dat kan teleurstellend zijn. Met BIA-metingen zou die cliënt er echter achter kunnen komen dat de (viscerale) vetmassa is afgenomen en de spiermassa is toegenomen. Precies wat die cliënt wilde! Cliënten die aan krachttraining doen en daarvoor veel eten kunnen te weten komen of het resulteert in meer spiermassa of toch meer vetmassa, waardoor bijgestuurd moet worden.
Regelmatige BIA-metingen maken het mogelijk om de aanpak rondom voeding en training af te stemmen op het doel van de cliënt en om tijdig bij te sturen indien nodig.
Zorgt voor bewustwording en betrokkenheid
Er zijn diverse strategieën om verschillende doelen te bereiken. Gewicht verliezen, spiermassa opbouwen of de sportprestaties verbeteren. Maar welke strategie werkt bij een cliënt? Door regelmatige BIA-metingen uit te voeren kun je te weten komen welke voedingsaanpassingen en trainingsprogramma’s wel en welke niet effectief zijn, of aangepast moeten worden. De cliënt raakt daardoor meer bewust van wat die doet en voelt zich meer betrokken.
Stimuleert motivatie
Motivatie speelt een belangrijke rol bij het nastreven en volhouden van gezondheidsdoelen. Regelmatige BIA-metingen kunnen hierbij een stimulans zijn voor een cliënt. Het zien veranderingen in lichaamssamenstelling die verder gaan dan het lichaamsgewicht, zoals een daling van het vetpercentage of een toename van spiermassa, geven aan dat de inspanningen het gewenste resultaat opleveren. Deze bevestiging kan motiverend werken.
Aandachtspunten bij BIA-metingen
De nauwkeurigheid van een BIA-meting en wat er gemeten kan worden, zijn afhankelijk van het type BIA-apparaat en de uitvoering van de meting. De volgende aandachtspunten zijn daarbij van belang. Zorg ervoor dat de cliënt:
-
nuchter is (2–4 uur niet heeft gegeten of gedronken);
-
gedurende 24 uur voor de meting geen cafeïne of alcohol heeft binnengekregen;
-
een lege blaas heeft (30 min voor meting);
-
niet vlak ervoor gesport heeft (minstens 12 uur rust);
-
niet vlak ervoor een douche of bad heeft genomen;
-
geen crèmes of lotions op handen/voeten heeft;
-
telkens op hetzelfde tijdstip van de dag wordt gemeten;
-
een goede hydratatiestatus heeft.
Conclusie
Er zijn verschillende redenen om naar een bepaalde lichaamssamenstelling toe te werken. Bijvoorbeeld voor de gezondheid, sportprestaties of om esthetische redenen. Het gewicht en de BMI geven daar geen tot nauwelijks inzicht in, waardoor doelen niet of niet helemaal behaald worden. Regelmatige BIA-metingen geven dat inzicht wel.
Referenties
Ceniccola GD, Castro MG, Piovacari SMF, et al. Current technologies in body composition assessment: advantages and disadvantages. Nutrition. 2019;62:25-31.
Heymsfield SB, Sorkin JD, Thomas DM, et al. Weight/height2: Mathematical overview of the world's most widely used adiposity index. Obes Rev. 2025;26(1):e13842.
Shen F, Guo C, Zhang D, Liu Y, Zhang P. Visceral adiposity index as a predictor of type 2 diabetes mellitus risk: A systematic review and dose-response meta-analysis. Nutr Metab Cardiovasc Dis. 2024;34(4):811-822.
Sweatt K, Garvey WT, Martins C. Strengths and Limitations of BMI in the Diagnosis of Obesity: What is the Path Forward?. Curr Obes Rep. 2024;13(3):584-595.
Wang R, Liu J, Fang G, Shi J, Zhang C, Huang Y, Association between visceral adiposity index and cardiovascular disease: A systematic review and meta-analysis, Nutrition, Metabolism and Cardiovascular Diseases, 104216July 02, 2025.