Hoe helpt BIA onderscheid maken tussen vetverlies en spierverlies bij ouderen
Gastauteur: Rob van Berkel, onderzoeksdiëtist en schrijver over voeding en gezondheid.
Hoe helpt BIA onderscheid maken tussen vetverlies en spierverlies bij ouderen
Onbedoeld verlies van spiermassa en -kracht komt relatief vaak voor bij ouderen. Tegelijkertijd kan de vetmassa zowel toenemen als afnemen. Beide veranderingen kunnen de gezondheid negatief beïnvloeden, waardoor het belangrijk is om onderscheid te maken tussen spier- en vetverlies. Bio-elektrische impedantieanalyse (BIA) kan hiervoor gebruikt worden.
Ongewenst spierverlies is een probleem bij ouderen
Door natuurlijke veroudering verandert de lichaamssamenstelling (Palmer & Jensen. 2022). Vaak gebeurt dat zonder dat dit direct zichtbaar is aan het gewicht. Onbedoeld verlies van spiermassa en -kracht komen relatief veel voor bij ouderen. Natuurlijke veroudering draagt daaraan bij, maar verkeerde voeding (onvoldoende energie en eiwitten), inactiviteit en ziekte kan dat versterken (Larsson et al., 2019). Beneden bepaalde grenswaarden wordt gesproken van sarcopenie, wat wereldwijd bij zo’n 10-16% van de ouderen voorkomt (Yuan et al., 2023). Symptomen daarvan zijn:
-
minder kracht in armen en/of benen;
-
moeite met opstaan uit een stoel, bed of van het toilet;
-
problemen met traplopen of het dragen van boodschappen;
-
verminderde loopsnelheid en uithoudingsvermogen.
-
sneller vermoeid zijn;
-
een verhoogd risico op vallen en botbreuken;
-
verlies van onafhankelijkheid en mogelijke noodzaak tot langdurige zorg.
Naast verlies van spiermassa kan gelijktijdig de (viscerale) vetmassa toenemen (door inactiviteit) of afnemen (door ziekte, onvolwaardige voeding), wat het interpreteren van gewichtsveranderingen bemoeilijkt. Het onderscheid maken tussen spierverlies en vetverlies is daarom belangrijk voor een gerichte preventie en behandeling van sarcopenie en andere gezondheidsproblemen bij ouderen.


Hoe meet je de lichaamssamenstelling?
De meest nauwkeurige manier om de spier- en vetmassa te meten is met DXA. Deze methode is echter duur en vraagt om gespecialiseerde apparatuur en getraind personeel. Bovendien werkt DXA met röntgenstraling waardoor het minder geschikt is voor frequente metingen. Bio-elektrische impedantieanalyse (BIA) is dan een bruikbaar alternatief (Cruz-Jentoft et al., 2019; Sousa-Santos et al., 2021).
BIA voor onderscheid tussen spierverlies en vetverlies
Bio-elektrische impedantieanalyse (BIA) is een relatief eenvoudige, snelle en niet-invasieve methode om veranderingen in lichaamssamenstelling te meten. BIA maakt gebruik van een zwakke elektrische stroom die gemakkelijk door spierweefsel gaat, omdat het veel water bevat. De stroom gaat moeilijker door vetweefsel omdat het weinig water bevat. Door dit verschil kan BIA berekenen hoeveel vetmassa en vetvrije massa (waaronder spiermassa) iemand heeft. Dat is belangrijk, omdat bij ouderen vaak onbedoeld spierverlies optreedt, wat op een gewone weegschaal onzichtbaar blijft.
Wanneer de vetvrije massa afneemt, wijst dat op spierverlies, terwijl een daling van de vetmassa juist duidt op vetverlies. Sommige moderne BIA-apparaten geven bovendien segmentale informatie per arm of been, waardoor specifiek spierverlies in bijvoorbeeld de benen zichtbaar wordt. Als het apparaat ook de fasehoek meet, kan die extra inzicht geven in de spierkwaliteit. Een kleinere fasehoek wijst op een verminderde celgezondheid en mogelijk spierafbraak (Martins et al., 2023). Op deze manier maakt BIA veranderingen zichtbaar die anders verborgen blijven en helpt het bij het tijdig opsporen van ongewenst spierverlies en viscerale vetstapeling bij ouderen.
Aandachtspunten bij BIA-metingen
De nauwkeurigheid van een BIA-meting is afhankelijk van het type BIA-apparaat en de uitvoering van de meting. De volgende aandachtspunten zijn daarbij van belang. Zorg ervoor dat de cliënt:
-
nuchter is (2–4 uur niet heeft gegeten of gedronken);
-
gedurende 24 uur voor de meting geen cafeïne of alcohol heeft binnengekregen;
-
een lege blaas heeft (30 min voor meting);
-
niet vlak ervoor gesport heeft (minstens 12 uur rust);
-
niet vlak ervoor een douche of bad heeft genomen;
-
geen crèmes of lotions op handen/voeten heeft;
-
telkens op hetzelfde tijdstip van de dag wordt gemeten;
-
een goede hydratatiestatus heeft.
Conclusie
BIA is een praktisch en bruikbaar hulpmiddel om bij ouderen onderscheid te maken tussen vetverlies en spierverlies. Het maakt veranderingen in spier- en vetmassa zichtbaar die met een gewone weegschaal vaak onopgemerkt blijven. Door vroegtijdig spierverlies te signaleren, kan BIA helpen bij het tijdig inzetten van gerichte interventies, zoals krachttraining of aangepaste voeding, om sarcopenie te voorkomen of te vertragen. Hoewel het geen volledig vervanging is voor DXA, biedt BIA een toegankelijke, snelle en niet-invasieve methode om de lichaamssamenstelling van ouderen te monitoren.
Referenties
Cruz-Jentoft AJ, Bahat G, Bauer J, et al. Sarcopenia: revised European consensus on definition and diagnosis. Age Ageing. 2019;48(1):16-31.
Larsson L, Degens H, Li M, et al. Sarcopenia: Aging-Related Loss of Muscle Mass and Function. Physiol Rev. 2019;99(1):427-511.
Martins PC, Alves Junior CAS, Silva AM, Silva DAS. Phase angle and body composition: A scoping review. Clin Nutr ESPEN. 2023;56:237-250.
Palmer AK, Jensen MD. Metabolic changes in aging humans: current evidence and therapeutic strategies. J Clin Invest. 2022;132(16):e158451.
Sousa-Santos AR, Barros D, Montanha TL, Carvalho J, Amaral TF. Which is the best alternative to estimate muscle mass for sarcopenia diagnosis when DXA is unavailable?. Arch Gerontol Geriatr. 2021;97:104517.
Yuan S, Larsson SC. Epidemiology of sarcopenia: Prevalence, risk factors, and consequences. Metabolism. 2023;144:155533.